De koers

Ken je dat gevoel van vroeger. Van toen je nog een kind was. Vrijdagavond al met je tenue in bed duiken. Dromen van zaterdagochtend. Samen met je vriendjes het veld op. Na afloop samen bomen klimmen, spelletjes spelen en kattenkwaad uithalen.

Voor de volwassen koersliefhebber is het Vlaamse voorjaar hetzelfde. Zondagochtend vroeg opstaan om met je maten je training af te werken. Daarna de hele dag in de zetel koers kijken. De echte mannen. Kasseien, waaiers, muren. Af en toe droom je weg. Zie je jezelf rijden in het peloton.

Maar wat is er nu interessant aan de koers?

Iedereen die ooit op een fiets zat, weet hoe heroïsch deze koersen zijn. Of je nu wint of niet. Iedereen raast over de kasseistroken. Iedereen fietst op de grens. Je ziet het melkzuur tegen de camera spatten bij iedere demarrage.

Voor de leek lijkt een koers saai. Een grote groep mannen rijdt urenlang om uiteindelijk te sprinten voor de zege. Niets is minder waar. Het is ploegenspel, blufpoker, vorm van de dag, springplanken, positionering.

Om bij het begin te beginnen. In de koers zijn er ploegen en iedere ploeg heeft één (of meerdere) kopmannen. Kopmannen zijn de mannen waarvan die ploeg denkt dat ze in staat zijn om te winnen. Anderen in de ploeg draaien de rest van de dag hun kloten af om te zorgen dat hun kopman wint. Zorg dat je weet wie de kopmannen zijn voordat je kijkt.

Nu zijn die kopmannen niet allemaal hetzelfde type. Je hebt sprinters, cobbeleurs, aanvallers, avonturiers. Dit beïnvloedt de tactiek die de ploeg hanteert om hun kopman als eerste over de streep te trekken.

Zodra de koers is begonnen, begint het spel tussen de ploegen. Ploegen proberen elkaars tactiek te dwarsbomen. Een kopgroep vormen vroeg in de koers zet de sprintploegen aan het werk om het gat te dichten. Zit je aanvaller mee in de kopgroep is het zaak om het peloton af te remmen. Zodra de kasseistroken in beeld komen, brengen de ploegen met een cobbeleur hun kopman snel naar voren van het peloton om als eerste aan de strook te beginnen. Hectiek verzekert.

Blijf wakker de laatste 50 kilometer van de koers. Money-time voor alle ploegen die willen winnen. Ontstaat er nog een kopgroep? Wordt het een sprint? Is er nog een avonturier die in de laatste kilometers zijn kans waagt? Wat onderneemt iedere ploeg om hun tactiek uit te spelen?

Wie zegt dat wielrennen geen teamsport is heeft nog nooit een waaier gezien. Die vormen zich op uitgestrekte wegen, waarbij de wint van voren of schuin van voren komt. Het peloton strekt zich uit in een lint dwars over de weg. Het breekt waar de weg stopt. Als je niet in de voorste waaier zit moet je aan de bak om terug in de groep te komen.

Nu praat ik alleen nog maar over de eendaagse koersen zoals de Ronde van Vlaanderen, Dwars door Vlaanderen, Parijs-Roubaix. Bij een meerdaagse koers komt daar nog een klassement bij.

In principe blijft de dynamiek hetzelfde. Het verschil zit erin dat een winnaar van een meerdaagse koers niet winnaar hoeft te zijn op iedere dag. Zie het als de kampioen in het voetbal. Je verliest wel eens een wedstrijd, maar speelt nog steeds kampioen.

Iedere wielerploeg ambieert andere klassementen. Klassements-ploegen hebben een kopman die goed is in de bergen. Zij nemen de leiding in de berg-etappes. Sprint-ploegen willen het sprint-klassement winnen met hun sprinter. Ze zijn dus actiever in sprint-etappes.

Dit betekent iedere dag koers. De Giro en Tour de France zijn de bekendste. 3 weken lang feest voor de liefhebber.

En vanaf nu ook voor jou. Bij de eerste koers die je kijkt, zie je meer dan renners die urenlang fietsen. Je leven is nooit meer hetzelfde!

Geniet van het wielerseizoen!

Geef een reactie