Carpe diem: maar anders

Ik herinner me onze eerste ontmoeting nog goed. Kort, blond gemillimeterd haar, grote glimlach. Een accent dat verraadde dat hij uit de buurt van Amsterdam komt. Het was introductietijd van mijn eerstejaar als student. Naar goede traditie startte dit met een week feesten.

Bij de eerste introductiespelletjes stelde hij zichzelf voor als iemand die al wat ouder was. Dat hij al wel wat ervaring als student had. We dachten allemaal dat hij al een paar studiejaren verknalde in het Amsterdamse. Nu kwam hij zijn geluk beproeven in Tilburg.

Hoe verkeerd konden we zijn…

De week vorderde, de eerste feestjes werden goed gevierd. Het viel ons op dat Tom soms later aankwam. Even weg was. Bij fysieke activiteiten rust nam. Hij  grapte al eens dat hij de helft van zijn longen mistte. We kwamen erachter dat dit effectief het geval was. Vanwege een tumor was één long verwijderd een jaar ervoor. Doktoren verklaarde hem  genezen. Daarom begon hij weer aan een studie.

Dát was de reden dat hij al wat ouder was dan wij!

We hadden een hechte vriendengroep. We feestten samen. We studeerden samen. We amuseerden samen. Ik was in dat eerste half jaar een spoorstudent (, ik pendelde van thuis naar de universiteit heen en weer). Bij feestjes zocht ik altijd een slaapplaats. Tom bood me die altijd aan.

Na een half jaar colleges en feestjes kwamen de eerste examens dichtbij.

We zagen elkaar minder. Ik studeerde liever thuis. Anderen in de bibliotheek van de universiteit. De feestdagen passeerde. Oud en nieuw werd goed gevierd. De examens… die liepen niet voor iedereen even succesvol.

Rond die periode hoorde we dat bij een controle een nieuwe tumor was gesignaleerd. 

Tom zelf was positief, zoals altijd, maar dit keer kon hij de tumor niet de baas. We bezochten hem nog bij zijn ouders. We dronken wat. Speelden een spel. Trapte een lolletje. Het was de laatste keer dat we hem zagen.

Ik nam me voor om zijn levensmotto over te nemen. Geniet van het leven. Grijp je kansen. Ik ging naar elk feestje. Ik deed waar ik zin in had. Ik lag lang in bed. Kortom, alles wat een student doet, alleen wat extremer. Op dat moment was ik een fanatiek hockeyer met wat talent.

Mijn instelling deed me de das om.

Ik stond 6x per week aan de bar tot in de late uurtjes. Ik verknalde daarmee binnen een jaar mijn studie én mijn laatste kansen op een hockey-carriére. Alleen realiseerde ik me dat nog niet. Sterker nog: het gaf aanleiding om mijn levensstijl goed voort te zetten. De stap terug naar mijn ‘oude’ club was ook een mooie stap in mijn uitgaansleven. Vrijdagavond na de training en zondag na de wedstrijd werd er steevast genoten van pintjes. Zondagen waren heilig. Eerst koning zijn op het veld, daarna ernaast.

De eerste ommezwaai was mijn verhuizing naar Antwerpen.

Na het afronden van mijn bachelor moest ik uit mijn comfort zone komen. Ik moest iets nieuws moest opzoeken. In Antwerpen kwam ik terecht tussen een groep gemotiveerde studenten. We moedigde elkaar aan om de extra stap te zetten. Maak van een 7 een 8.

Ik kende minder mensen. Ging daardoor minder uit. Ik besteedde die tijd aan studie.

Op mijn nieuwe club veranderde er niet veel aan mijn feestinstelling. Het bleef beperkt tot vrijdag en zondag. De overige dagen hield ik het kalm. Ik was gemotiveerd om mezelf van mijn beste kant te tonen. Ik trainde regelmatig in het krachthonk. Ik trainde 4x in de week met de ploeg. De overige tijd werd ingepakt door training geven aan jeugdkeepers.

Daarnaast leerde ik mijn grote liefde kennen.

Tine onmoette ik op de hockeyclub. Het klikte meteen. We lachten om elkaars stomme mopjes. We stuurde elkaar de hele dag door berichtjes. Door haar ben ik in België blijven hangen. We lachen samen. Doen gek samen. Ze trekt af en toe ook aan de rem. Dat is nodig. Om te zorgen dat ik niet opnieuw verval in mijn carpe diem van de afgelopen jaren. Ze steunt me door dik en dun, is trots op me en zal er altijd voor me zijn. Ik kan alleen maar hopen dat ik hetzelfde voor haar doe…

De tweede ommezwaai kwam pas een 3-tal jaar geleden.

Ik hing mijn stick aan de wilgen. Mijn techniek en fysiek kwamen niet overeen met mijn fanatisme om te winnen. En nee, helaas was het niet zo dat ik té fit en té goed was. Ken je zo’n gozer die alleen maar roept op het veld? Terwijl hij er zelf niets meer van bakt? Dat was ik. Een versie van mezelf die ik niet graag zie. En nooit meer wil zien.

Door de beslissing om te stoppen vielen er wel 3 á 4 sportmomenten weg.

Dat had zijn gevolgen voor mijn conditie en de zwembandjes om mijn middel. Ik ging fitnessen. Na 2 maanden verloor ik motivatie. Insanity trainingen probeerde ik. Dat is handig. In eigen woonkamer, zonder verplaatsing. Dat was een uitkomst voor ongeveer 1 maand. Lopen had ik na 2x al gezien. Te ééntonig. Een aantal vrienden van me fietsen heel graag en ik besloot me daaraan te wagen.

Ik kocht een simpele fiets van de Decathlon.

Dit was één van mijn beste beslissingen. Op die fiets ervaarde ik voor het eerst de roes. Het geluid van je wielen over het asfalt. De ketting door je derailleur.Je kop in de wind. Bij iedere omwenteling van je benen raak je dieper in de flow. Je denkt alleen maar aan je fiets en de weg voor je.

Voor de rest is er niets.

Deze flow brengt mijn geest tot rust. Mijn gedachten op gang komen. Na iedere fietstocht kom ik met wilde ideeën. Iets waar Tine nog altijd om moet lachen. Al weet ik soms niet goed of ze mij toelacht of stiekem een beetje uitlacht…

De meest recente ommezwaai kwam eind 2016,

Mijn competitiebeest stak terug zijn kop op. Wat rondfietsen was leuk en gezellig. Ik merkte niet echt dat ik beter werd. Ik wilde niet zozeer beter zijn dan anderen. Ik wilde een betere versie van mezelf. Een collega bracht me op het idee om een triatlon mee te doen. “Zot, weet je wel hoe fit je daarvoor moet zijn?” dacht ik. Toch dook ik in de wereld van triatlon: Ik bekeek filmpjes op Youtube, zocht informatie op over trainingen en zette op een ochtend in december mijn eerste stap.

In een opwelling besloot ik op een avond om te beginnen met trainen.

Ik kon wel informatie blijven zoeken, ik ga de eerste stap zetten! Ik pakte mijn zwemspullen bij elkaar en gooide me de volgende ochtend in het zwembad. Tot nu toe de beste keuze die ik heb gemaakt, vanwege 5 redenen:

  1. De trainingen brengen structuur in mijn weken.
  2. Ik ben fitter
  3. Zoveel trainen en dan nog drinken? Zonde! Ik drink sinds die tijd nauwelijks nog en voel me daar zeer goed bij!
  4. Iedere dag kan ik een verbeterde versie van mezelf maken.
  5. Ik leer iedere dag nog waanzinnig veel bij over mezelf.

Deze 5 redenen geven me iedere dag de motivatie om vroeg op te staan. Ik doe mijn trainingen, voordat mijn werkdag begint. Het geeft me de motivatie om gezond te eten. Om mijn trainingen te doen. Het geeft mij een weg om te bewandelen. Een route om te volgen.

Kortom: Het geeft mijn leven richting.

Die route heeft me al veel leuke verhalen en levenslessen opgeleverd. Carpe Diem is voor mij nu op een fiets springen, een zware zwemtraining of een stuk lopen door een mooie omgeving. Gezond eten en geen alcohol om te herstellen voor de volgende training.

Carpe Diem, maar dan anders. En op de weg die ik bewandel is nog genoeg mee te maken.

Lees verder om mijn verhalen mee te maken.

 

About davidprinsengeerligs

Over-enthusiastic triathlete and blogger. Writing about triathlon training, nutrition and living as a vegan athlete.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.