#IMMT: over de muur

Ik heb nog nooit een marathon gelopen. Laat staan een marathon na 3,8km zwemmen en 180km fietsen. Ik loop nu voorbij mijn grenzen het onbekende in. De onophoudende energie van mijn supporters zet me in gang. De eerste kilometers gaan voorspoedig. Ik realiseer me ook waarom: deze kilometers zijn nog bergafwaarts. Ik zie de weg voor mij omhoog hellen. Dat het loopparcours ook heuvels bevat wist ik. Die hoogtemeters heb ik onderschat. 

Na een goed zwemonderdeel en goed fietsonderdeel heb ik een eindtijd in mijn kop. Ik loop stug door de hellingen op richting Lac Mercier. Daar draai ik Parc Lineair op. Goed beschut tussen de bomen lopen we het park op en af. Bergaf van Lac Mercier naar het dorp. Gunstige kilometers. Naar beneden. Bijna op de helft van de marathon. Bij doorkomst door het dorp zie ik mijn supporters staan. Ze moedigen me aan zoals al de hele dag. Ze vragen hoe het gaat.

Ik zit op dat moment even stuk.

Waarom? Geen idee. Vermoeidheid? Blijdschap? Ik kan even geen woorden uitbrengen. Ik steek alleen mijn duim op en laat een lach zien. Die lach lukt me altijd. Die lach geeft me ook ontspanning en nieuwe energie. Katja besluit een paar meter met me mee te lopen. Die 20 meter vergeet ik nooit meer. “Nog 2 uurtjes” schreeuwt ze me na. Ik weet wel beter. 100 meter verder passeer ik een groep Amerikanen die me naroepen dat ik er bijna ben. Ik roep dat ik ze over 2 uur nog eens zie. Ze mogen me dat dan nog eens zeggen. Ik heb mijn stem alweer terug. En daarmee ook mijn praatjes.

Mijn benen voelen zwaar.

Mijn maag heeft zin in beter voedsel. Het voedsel dat ik eet geeft me niet meer dezelfde energie. De tank begint langzaam leeg te lopen. Het dwingt me om mijn tactiek in de tweede ronde aan te passen. Wandelend de heuvels op. Lopend de vlakke stukken. Ik laat me afkoelen door sproeiers langs het parcours. In Parc Lineair loop ik tegen een muur. Tussen km 33 en 37 moet ik meermaals wandelen. Langere stukken wandelen. Benen als lood en de afstand naar de finish is nog lang. Samen met een groep andere lopers wisselen we elkaar af. Als ik loop, wandelen zij. Ik haal hen in. Als ik wandel, lopen zij mij voorbij. Tot km 37. Het parcours gaat weer bergaf. In de verte zie ik de finish. Ik hoor Mike Reilly de atleten binnenhalen.

Ik besef een aantal dingen:

1. nog 5 km! 2. Zware benen: ja, kramp: nee. 3. Ik zie de finish. 4. Het zware deel van het parcours ligt achter me. Ik zeg hardop: “volle bak naar de finish.” De lopers om me heen volgen mijn voorbeeld. We vormen een groep, een team bijna. We moedigen elkaar aan. Ieder pakt de kop. We blijven bij elkaar. Totdat we weer écht terug onder de mensen komen. Dan merk ik dat ik een publieksloper ben. Wanneer er mensen kijken verdwijnen mijn pijntjes. Mijn snelheid gaat omhoog. Ongemerkt laat ik de groep achter me. De laatste heuvel loop ik terug omhoog. Ik wil zo snel mogelijk finishen. Ik gooi mijn tempo een laatste keer omhoog. In het dorp staat het publiek voor iedereen te roepen. Vlak voor de finish zie ik mijn supporters staan voor een paar high-fives voordat ik het tapijt op loop.

Ik vergeet nooit, nooit, nooit meer de woorden van Mike Reilly: David Prinsen Geerligs, You are an Ironman!

Ik ben er. Ik heb het gehaald. Na 12 uur en 15 minuten.

Ik weet niet goed wat ik nu moet voelen. Moet ik juichen? Lachen? Huilen? Ineenstorten? Voel ik me nu euforisch of opgelucht? Ik weet het niet. Ik pak wat te eten en drinken. Ik bekijk nog eens mijn tijd en mijn medaille. Tine roept me. Ze is duidelijk geëmotioneerder dan ik. Ze lijkt verbaasd over mijn rustige reactie. Ik weet niet goed hoe ik me voel. Uiteraard ben ik blij en trots. Ik kan er geen goede uiting aan geven. Eerst eten, drinken, rusten.

Wat nu?

Ik begeef me richting de massage, maar daar is het overvol. Een nadeel van een matig presterende age-grouper zijn. Een reden te meer om sneller te worden. Ik voel de energie van het eten en drinken zich verspreiden in mijn lichaam. Langzaam kom ik terug tot leven. Ik verlaat de finish zone en zoek mijn supporters. Mijn supporters vertellen me verhalen van hun dag. Langzaam vertel ik mijn ervaring. Te moe om alles in een duidelijke vorm te gieten. Ik ben gaar. Klaar om te slapen. Ik moedig de laatste atleten aan, terwijl ik met mijn fiets naar de auto wandel. Onderweg in de auto val ik al in slaap. Ik douche en stort mezelf in bed.

De mooiste dag van mijn leven is alweer over.

De volgende dag ben ik relatief vroeg wakker. Een beetje stijf, maar tussen de oren terug fris. Ik krijg een klein applaus van de overige gasten van de bed and breakfast. Ik neem het applaus maar al te graag in ontvangst. Ik ben trots op mezelf. Vol verhalen. In tegenstelling tot na de finish vertel ik deze nu wel vlot. Ik geniet met Tine, Joris, Lies en kleine Julie van de athletes-brunch. Ondertussen toont de organisatie filmpjes van de race dag. Het bezorgt me kippenvel. 19 augustus 2018 staat voor altijd in mijn geheugen.

Het hele weekend staat voor altijd in mijn geheugen.

Een gedachte over “#IMMT: over de muur

Geef een reactie