#IMMT: Vlotte start

Het is zaterdag. De dag van de check-in van al mijn spullen. Na de problemen met inpakken van mijn fiets begin ik op tijd aan het monteren van de fiets. Dat gaat gelukkig voorspoedig. Ik maak een laatste tochtje op de fiets om deze in te rijden. Ik draai naar de grote baan en begin rustig te schakelen. Soepel draait mijn ketting van tandwiel naar tandwiel. Ondertussen merk ik dat ik word achtervolgd.

Ik blijf doorfietsen. De auto blijft achter me rijden. Als ik goed achterom kijk blijkt mijn broer achter me te rijden! Samen met Lies en mijn nichtje Julie moedigen zij me ook aan morgen. Mijn groep supporters is nu compleet.

Ik wijs ze kort de weg naar onze B&B. Ik maak zelf mijn testrit nog even af. Alles is klaar, fiets is tiptop in orde. Het is tijd voor het inchecken van mijn materiaal. In een mini-colonne rijden we naar het resort voor de check-in. Het is aanzienlijk drukker als de dag ervoor. Ik parkeer de auto. Ik zwier mijn fiets uit de auto en zet hem op de grond.

Ik voel dat deze een harde landing maakt op haar voorwiel. Lekke band.

De fiets bezorgt me wel wat stress tot nu toe. Wat zijn de kansen dat dit gebeurd. Ik rijd al 4000km lekvrij in België. Hier heb ik na 15 kilometer al een lekke band. Gelukkig ben ik ruim op tijd voor de check in. De mechanieken van de bikeshop legt er een nieuwe band op.

Klaar om mijn materiaal in te checken.

De rest van de dag spenderen we aan het meer bij onze bed and breakfast. Genieten van het uitzicht, de rust, elkaar. ’s Avonds gaan we eten in het dorp. Samen met mijn hele supportcrew. Sebastiaan en Katja, Joris, Lies en Julie, en Tine. Ik bedank ze alvast dat ze me morgen aanmoedigen. Dat ze er zijn om me te ondersteunen en om dit avontuur met mij te beleven. Het is een toffe avond waar ik mijn buik goed rond eet. Iets later dan ideaal gaan we naar ons bed. Deze avond wilde ik niet missen. Ik weet dat ik hun support keihard nodig heb. Ik ben moe van alle indrukken van vandaag Al snel val ik in slaap. Hoe sneller ik slaap, hoe sneller het morgenochtend is…

Het is 4:23 ’s morgens en ik ben wakker.

Klaarwakker. Nog even rustig liggen tot mijn wekker. Ik heb er zin in. Na een snel ontbijt pak ik mijn laatste spullen bijeen. we rijden naar de start. Onderweg zien we de afzettingen al voor de wedstrijd. De pre-race kriebels starten. We wandelen rustig naar de wisselzone waar ik mijn nummer krijg op arm en been. Ik check mijn fiets voor een laatste keer. Drinkbussen in de houders en voeding in het tasje. Alles staat klaar. Op naar Lake Tremblant voor de zwemstart.

Net als ik volledig klaar sta in wetsuit komt er een mededeling.

De zwemstart is uitgesteld vanwege mist boven het meer. Geen wonder. Vanaf de kant zien we de eerste boei niet eens liggen. Na 15minuten is de situatie nog onveranderd. De start word nogmaals uitgesteld. Ik dood de tijd met wat zwemmen en praten met andere atleten. De organisatie gaat door met de taferelen rond de start: straaljagers vliegen tweemaal over. Het Canadese volkslied verandert de 2500 atleten in een groot koor. Het geeft me kippenvel.

Van een start is er echter nog geen sprake.

De mist hangt nog steeds boven het meer. Ik hoor het gerucht dat het zwemmen gecanceld word. Gelukkig wordt eindelijk het groene licht gegeven. Op de klanken van de kanonslagen spurtten de eerste atleten het water in. Mijn zwem is vrij snel. Ik heb me vooraan gezet in de grote wachtrij. Datzelfde dachten een groot aantal andere atleten ook. Gemoedelijk stroomt iedereen richting de start. Het is een rollende start: iedere 3 seconden mogen er 6 atleten starten. Na wat gedrang sta ik voor de lichten van de start. Ik kijk nog kort naar de eerste boeien in het water. Ik zie de eerste 3 en daarachter een dikke mist. Dat zijn zorgen voor later.

Groen licht: let’s go!

Ik loop het water totdat het water rond mijn middel is en duik dan het water in. Ondanks de gecontroleerde start is het chaotisch. Niet erger dan ik al heb meegemaakt. Ik zoek naar wat voeten om te volgen. Ik spring van voet naar voet, maar kan mijn ritme nergens vinden. Niemand lijkt in dezelfde richting te zwemmen en als ik zoek naar de volgende boei weet ik waarom. Die is niet zichtbaar. Ik ben de 3e boei net gepasseerd, maar kan niet zeggen waar de volgende ligt. Ik besluit in dezelfde lijn door te zwemmen. Op mijn eigen tempo, in mijn eigen water iets rechts van de grote groep. Even mijn techniek oppikken en rustig ademhalen.

Ik heb geen haast.

Ik moet zeker nog een uur zwemmen. 6 uur fietsen. Weet ik veel hoe lang lopen. Waarom haast ik me? Iemand kruist achter over mijn voeten. Ik krijg af en toe een slag op mijn rug. Ik vind het niet erg. Niemand ziet waar we exact naar toe moeten door de mist. Een paar honderd meter verder zie ik een reeks boeien. Ze liggen links voor me. Ik moet mijn koers aanpassen naar links. Nu iedereen weer koers houdt kom ik terecht in een pak zwemmers van ongeveer dezelfde snelheid. Ik zoek een paar voeten om achter te zwemmen. Ik kan me goed concentreren op techniek. Herhaal alles van de zwemtrainingen van Eric Suykerbuyk, mijn coach. De herhaling wordt ritmisch, bijna hypnotiserend. Ik vergeet alles om me heen. Ik ben één met het water. Ik voel het water langs me stromen. Ik grijp het water bij iedere slag bij zijn nekvel. Trek het naar achteren. Geef het een duw na. Ik voel de flow.

Het zwarte gat waarin alleen zwemmen telt. Ik geniet ervan

De mist is inmiddels opgetrokken. De zon draait nu vrolijk mee als ik rond de verste boei zwem. Het is nu een lange rechte lijn naar de zwemfinish. Mijn focus blijft op mijn techniek. Het brengt mijn gedachten tot rust en ik voel me als een torpedo. Ik merk wel dat er nog snellere torpedo’s mij voorbij zwemmen. De focus blijft op mezelf. Langzaam word het geluid van muziek luider. De zwemfinish nadert! Ik kijk. In de verte zie ik de vlaggen opdoemen. Aan de bodem te zien duurt het niet lang meer. Het is steeds ondieper. Tot het moment waarop ik kan staan. Ik voel modder. Nog een meter of 50 door de modder. Een trap op om terug aan wal te komen.

Ik check mijn horloge en zie daar 1:06 staan!

Dat geeft een energie-boost! Ik ren richting de transitiezone. Laat mijn wetsuit in record-tempo uittrekken door vrijwilligers. Ik hoor mijn supporters. Nog meer energie. En een lach als ik ze zie. In de tent maak me klaar voor 180km fietsen door een schitterend landschap. De transitie gaat vlot. Schoenen aan. Helm op. Zwemmateriaal terug in de zak.

Op naar de fiets!

Met een enthousiaste aanmoediging van mijn support-crew spring ik op de fiets. Een glimlach verschijnt op mijn gezicht. Met mijn Canyon de Canadese wegen bedwingen doe je niet iedere dag. Maar vandaag is iedere dag niet. Door mijn enthousiasme moet ik me inhouden niet te hard te fietsen. Daarom begin ik rustig en breng langzaam mijn benen tot leven. Mijn hartslag vertraagd langzaam. Ik neem de tijd om te eten en drinken. Het parcours is heuvelachtig en brengt me via Montée Ryan naar Route 117 en via dezelfde weg terug naar Mont Tremblant Resort. Vol energie ga ik de heuvels te lijf. Met een glimlach bergafwaarts. Hier is mijn Canyon voor gemaakt. Ze snijd door de wind als een warm mes door de boter.

Mijn benen voelen als een koffiemolen.

Voor ik het weet ben ik alweer op de Montée Ryan naar het resort. Ik passeer mijn supportcrew. Dat denk ik. Ik hoorde ergens mijn naam. Voordat ik de eerste ronde van het fietsen afrond beklim ik nog een stevige heuvel. Dit valt tegen. Ik negeer die gedachte. Ik weet dat ik ditzelfde stuk straks nogmaals passeer.

De support op de heuvel is geweldig!

Verkleed, vocaal en enthousiast. Ik geniet ervan en kijk ondertussen uit naar de afdaling. Wat omhoog gaat moet naar beneden! Het zoeven van de banden. Het geluid van de carbon wielen. Het ratelen van de derailleur. Ik presenteer mezelf op mijn best aan het publiek bij de doorkomst. Ik lach naar de camera van Sebastiaan. De tweede ronde begint. De eerste 90km legde ik af onder de 3u, wat voor mij prima is.

Ik merk dat de zon inmiddels hoog aan de hemel staat.

Het schijnt achterop mijn rug. Sterker nog, het brandt. Dát ben ik vergeten: mijn nek insmeren met zonnecrème. Accepteren en doorgaan. Zorgen voor later. Wat geen zorgen voor later zijn, is mijn volle blaas. Bij de eerstvolgende aid-station bovenop een heuvel op Route 117 hang ik mijn fiets even weg. Ik strek mijn benen voor een sanitaire stop. Voordat ik de fiets opstap eet ik nog een energybar.

In mijn achterhoofd maak ik me al klaar voor de beklimming van straks.

Bij doorkomst door het start-dorp pak ik energie mee van mijn supporters. Ze schreeuwen me die laatste heuvel op. Deze heuvel trekt energie weg uit mijn benen. Iedere helling, iedere omwenteling voelt zwaarder aan. Ik ben blij als ik bij het turn-around point de aanwezige vrijwilligers kan bedanken.

Ik schakel naar een lage versnelling en trap op hoge frequentie mee.

Even een andere impuls voor mijn benen. De hartslag naar beneden. De weerstand van mijn benen. Klaarmaken voor het lopen van de marathon. Ik nader de transitiezone. Ik klik uit mijn pedalen en geef mijn fiets aan een vrijwilliger. Ik loop rustig naar mijn loopkleding. Ik voorzie mezelf van zonnebrand, trek mijn loopschoenen aan en verwissel mijn helm voor mijn pet. Ik steek mijn eten weg en wandel naar de start van de marathon. 1:06 gezwommen, 6:15 gefietst.

Nu nog 42km lopen..

About davidprinsengeerligs

Over-enthusiastic triathlete and blogger. Writing about triathlon training, nutrition and living as a vegan athlete.

1 Response

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.